Eiseres, actief in de productie en handel van verpakkingsmaterialen, kreeg een vergunning voor de bijzondere regeling Actieve veredeling (AV) met een geldigheidsperiode van 4 maart 2021 tot 4 maart 2026. De vergunning werd gewijzigd waarbij de indicatie voorafgaande uitvoer van equivalente goederen werd aangepast van 'ja' naar 'nee'. Eiseres verzocht om een overgangsperiode van drie maanden om de gewijzigde voorwaarden te kunnen implementeren, maar dit verzoek werd afgewezen. Na bezwaar werd de gewijzigde vergunning vernietigd en de oorspronkelijke vergunning hersteld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang had bij het beroep tegen het niet toekennen van een overgangsperiode, omdat met de vernietiging van de gewijzigde vergunning geen wijziging van rechtsgevolg was opgetreden. De handelwijze van eiseres was onder de oorspronkelijke vergunning niet anders dan onder de gewijzigde vergunning, mede vanwege de antidumpingheffing op goederen uit China. Eiseres kon derhalve geen schade claimen uit de periode van de gewijzigde vergunning.
Wel werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De totale overschrijding bedroeg dertien maanden, waarvoor een vergoeding van €1.500 werd vastgesteld. Deze werd verdeeld tussen verweerder en de Staat, respectievelijk €230,77 en €1.269,23. Daarnaast werden proceskosten en griffierechten toegekend en verdeeld tussen verweerder en de Staat.