Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juli 2023 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 13.245,45
Omschrijving Bedrag
16 augustus 2017 rechtstreeks overgegaan van [bedrijf 2] op [naam 1] . De auto heeft niet op naam gestaan van eiseres.
€ 9.543 aan omzetbelasting verschuldigd en heeft zij voor een bedrag van € 15.411 recht op aftrek van voorbelasting. In dit bedrag aan voorbelasting is de omzetbelasting die [bedrijf 2] voor de levering van de auto in rekening heeft gebracht begrepen.
[eiseres]bleek het (bijna) niet mogelijk om de auto te verzekeren. De voorwaarden die de verzekeraar (…) daaraan stelden, waren zodanig dat dit helemaal niet interessant was (met name beperkte stallingsmogelijkheden die onder de dekking zouden vallen en een verplicht tijdstip waarop de auto elke avond uiterlijk in de garage moet staan, gekoppeld aan een hele hoge premie).
[ [eiseres] ]heeft om die reden de auto aan mij verkocht op 12 augustus 2017. De overeengekomen prijs was Euro 15.000. (…).
[ [eiseres] ]uiteindelijk niet plaatsgevonden, maar is na verkoop door
[ [eiseres] ]aan mij de overschrijving bij de RDW van [bedrijf 2] rechtstreeks aan mij in privé gedaan.”
(€ 1.122), te corrigeren. Dat is per saldo een correctie van € 12.123. Aangezien de in de aangifte gevraagde teruggaaf niet is verleend, wordt het na te heffen bedrag beperkt tot het verschil tussen € 12.123 en het verzoek om teruggaaf van € 5.868, oftewel € 6.255. Verder wordt hierin meegedeeld dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen wijziging heeft gebracht in verweerders voornemen een vergrijpboete op te leggen.
8 oktober 2021 heeft verweerder op grond van de aangifte voor het onderhavige tijdvak een teruggaafbeschikking gegeven voor een bedrag van € 29.