Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Where was the deceased domiciled at the date of death?
now, and then the rest of this form.
Deceased’s last known permanent address
Was the property in box 11 owned or part-owned by the deceased or did the deceased have a right to live in the property
XGive details below. For example ‘deceased lived with daughter’ of ‘address was a nursing home’
Geschil8. In geschil is of de aanslag erfbelasting terecht en tot het juiste bedrag aan eiseres is opgelegd. Daarbij is de vraag van belang of erflater ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde. Verweerder heeft gesteld dat dit het geval is. Volgens eiseres dient de aanslag erfbelasting vernietigd te worden, omdat erflater op grond van artikel 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) op het moment van overlijden niet zijn woonplaats in Nederland had, maar in het VK. Subsidiair stelt eiseres dat zij aan de informatie op de website van de Belastingdienst het vertrouwen kon ontlenen dat geen erfbelasting verschuldigd was en daarom de aanslag vernietigd dient te worden. Verweerder betwist dat eiseres met succes een beroep op het vertrouwensbeginsel kan doen.
€ 837 en, omdat de proceskostenvergoeding slechts wordt toegekend vanwege de toekenning van een immateriële schadevergoeding, een wegingsfactor van 0,5.
Beslissing
mr. S.K.A. Efstratiades, leden, in aanwezigheid van mr. M. van Doesburg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2023.