ECLI:NL:RBNHO:2023:12834
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over wijziging douaneaangifte en aansprakelijkheid douaneschuld
Eiseres diende een douaneaangifte in voor het vrije verkeer van cheddar cheese, waarbij zij per abuis de aangifte indiende namens een andere entiteit dan de opdrachtgever. Verweerder stelde dat eiseres als aangever en schuldenaar moest worden aangemerkt en legde een uitnodiging tot betaling (utb) op. Eiseres verzocht om wijziging van de aangifte om de aangever te wijzigen, maar dit verzoek werd afgewezen en onherroepelijk verklaard.
In de onderhavige procedure betwist eiseres de utb en stelt zij dat een wijziging van de aangever mogelijk is op grond van artikel 173, derde lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU). De rechtbank oordeelt dat een dergelijk verzoek tot wijziging niet is ingediend in deze procedure en dat de eerdere afwijzing onherroepelijk is geworden. De rechtbank bevestigt dat eiseres als aangever en schuldenaar moet worden beschouwd.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep overschreden, waardoor eiseres een immateriële schadevergoeding van € 1.000 wordt toegekend. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres wordt als aangever en schuldenaar aangemerkt; de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierecht.