Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraken van de meervoudige douanekamer van 7 december 2023 in de zaak tussen
[rechtsopvolger eiseres] BV,gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Douane,verweerder.
Inleiding
Overwegingen
6 Geldigheidsduur van de vergunning
7 Goederen die onder de douaneregeling mogen worden geplaatst
Geschil13. In geschil is of verweerder de utb’s terecht en op goede gronden heeft uitgereikt aan eiseres. Meer in het bijzonder is in geschil:
- of er douaneschulden bij invoer ontstaan wanneer meer goederen onder de regeling AV worden geplaatst dan in de vergunning staan vermeld,
- indien deze douaneschulden zijn ontstaan, op welke grondslag de douaneschulden zijn ontstaan, en
- of deze douaneschulden zijn tenietgegaan op grond van artikel 124, eerste lid, aanhef en onder k van het Douanewetboek van de Unie (hierna: DWU).
,eerste lid, aanhef en onder h, van het DWU, ingetrokken.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade vastgesteld op een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 209,25; en
- draagt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden tot een bedrag van € 365.