Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 augustus 2021 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.615.108 -/-
€ 5.004.460
€ 10.008-/-
Artikel 8. De redactie van dit artikel wijkt in zover af van hetgeen tot dusver gebruikelijk was, dat achter de woorden „zonder voorbehoud" niet de woorden „naar waarheid" zijn opgenomen. Laatstbedoelde woorden zijn overbodig in verband met artikel 66, volgens hetwelk het onjuist of onvolledig doen van de voorgeschreven aangifte strafbaar is.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een naar werk en woning van € 38.075 negatief, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 5.161.515 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 474.134;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 844;
- veroordeelt de Staat, de Minister van Justitie en Veiligheid, tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade, vastgesteld op € 656;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.870, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiseres te vergoeden.