De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van de verzoeker tot wijziging van haar voornaam en verbetering van de geboorteakte door wijziging van het geslacht. De verzoeker wilde haar geslacht wijzigen van 'vrouwelijk' naar 'het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld' vanwege haar non-binaire genderidentiteit. De ambtenaar van de burgerlijke stand adviseerde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad of subsidiair afwijzing van het verzoek tot geslachtswijziging.
De rechtbank oordeelde dat voor het verzoek tot geslachtswijziging geen wettelijke basis bestaat, aangezien artikel 1:19d BW alleen voorziet in een vermelding bij twijfel over het geslacht bij geboorte, wat hier niet het geval is. Wel paste de rechtbank artikel 1:28a BW naar analogie toe en gaf de verzoeker de mogelijkheid een deskundigenverklaring te overleggen die haar duurzame overtuiging bevestigt.
Het verzoek tot wijziging van de voornaam werd toegewezen omdat de verzoeker al sinds haar vijftiende een genderneutrale roepnaam gebruikt en voldoende gewichtige gronden had aangevoerd. De beslissing over de geslachtswijziging werd aangehouden tot uiterlijk 15 juli 2021, waarna de rechtbank zal beslissen over de verdere procedure.
De beschikking werd gegeven door rechter P.W.M. de Wolf en griffier A.E.J. van Schie op 6 mei 2021. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak.