ECLI:NL:RBNHO:2020:9585
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2012-2014 en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2012, 2013 en 2014 beroep ingesteld. De aanslagen betroffen belastbare inkomens van respectievelijk €21.799, €20.100 en €20.336, met daarbij in rekening gebrachte belastingrente. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de door eiser opgevoerde specifieke zorgkosten, waaronder dieetkosten en extra uitgaven voor kleding en beddengoed wegens bedplassende kinderen, terecht buiten aftrek zijn gelaten.
Eiser stelde dat hij op grond van de vrije bewijsleer mocht volstaan met medische dossiers ter onderbouwing van de kosten, terwijl verweerder verwees naar de wettelijke vereisten dat dieetkosten op voorschrift van een arts of diëtist moeten zijn en dat voor aftrek van extra kleding en beddengoed bewijs van ziekte of invaliditeit vereist is. De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren om de aftrek te rechtvaardigen, mede omdat het voorschrift voor dieetkosten ontbrak en het betoog over bedplassen niet aannemelijk was.
Daarnaast behandelde de rechtbank het verzoek van eiser om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De procedure duurde circa 37 maanden, waarbij de redelijke termijn van twee jaar werd overschreden met ongeveer 13 maanden, wat een vergoeding van €1.500 rechtvaardigde. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze schadevergoeding en tot vergoeding van proceskosten van €525. De beroepen werden inhoudelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroepen tegen navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard, maar eiser krijgt €1.500 immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.