ECLI:NL:RBNHO:2020:3265
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over BPM-heffing op geïmporteerde schadeauto zonder aannemelijk ex-rentalstatus
Eiser deed aangifte voor de BPM van een geïmporteerde Volkswagen Golf en baseerde de waardering op een taxatierapport waarin een inkoopwaarde van €7.500 werd vastgesteld, rekening houdend met schade en noodzakelijke reparaties. Eiser stelde dat de auto een ex-rental was, wat een lagere waardering en daarmee een nihil BPM-heffing zou rechtvaardigen.
De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank volgde dit oordeel. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto een ex-rentalstatus heeft. Het taxatierapport bood geen aanwijzingen daarvoor en de berekening van eiser was gebaseerd op een onjuiste aanname.
Daarnaast verwierp de rechtbank de Europese grieven van eiser, waaronder de stelling dat de BPM-heffing onverenigbaar zou zijn met het Unierecht. Ook het beroep op het arrest Kantarev over griffierechten leidde niet tot een andere uitkomst. De rechtbank concludeerde dat het griffierecht geen onoverkomelijk obstakel vormt en dat eiser geen proceskostenvergoeding toekomt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 4 mei 2020 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de BPM-heffing op de geïmporteerde auto wordt ongegrond verklaard omdat de ex-rentalstatus niet aannemelijk is gemaakt.