ECLI:NL:RBNHO:2016:7491
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastbaar inkomen box 3 wegens overschatting waarde verhuurde woningen
Eiseres betwistte de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010, waarbij de waarde van 26 verhuurde woningen forfaitair was vastgesteld volgens artikel 17a, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 (UBIB 2001). De rechtbank onderzocht of deze forfaitaire waardering de werkelijke waarde in verhuurde staat op de WOZ-peildatum 1 januari 2009 met 10% of meer overschatte.
Partijen overlegden diverse taxatierapporten, waarbij eiseres een waarde van circa € 2.080.000 aanvoerde en verweerder € 2.620.000. De rechtbank stelde vast dat geen van de rapporten de juiste peildatum hanteerde, maar dat de WOZ-waarde op 1 januari 2010 lager was dan op 1 januari 2009. De rechtbank nam daarom de hogere waarde van € 2.620.000 als uitgangspunt, waarbij het risico van een hogere werkelijke waarde op verweerder rustte.
De rechtbank concludeerde dat de forfaitaire waardering van de woningen (€ 4.380.977) in betekenende mate hoger was dan de werkelijke waarde, zodat het forfaitaire stelsel van artikel 17a UBIB 2001 buiten toepassing moest blijven. Hierdoor werd het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verminderd met 4% van het verschil tussen forfaitaire en werkelijke waarde, resulterend in een aangepaste grondslag van € 188.505. Het beroep van verweerder op interne compensatie werd als te laat verworpen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verminderd tot € 188.505 wegens overschatting van de waarde van verhuurde woningen.