Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:
Het gehuurde, bestemming en gebruik
[ADRES] doorlopende naar [STRAATNAAM 1] c.q. [STRAATNAAM 2] gelegen op de begane grond alsmede bijbehorende kelderruimte, met een totale oppervlakte van ongeveer 310 vierkante meter, partijen bekend zodat zij geen nadere beschrijving wensen.
1 oktober 2006 dan wel zoveel later als nodig is in verband met het verkrijgen van voorlopige toestemming van de Gemeente Amsterdamen lopende tot en met
30 september 2016.
5 jaar, derhalve tot en met
30 september 2021. Deze overeenkomst wordt vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens
1 jaar.
- Aan de fiscale eenheid [X] B.V. is een aanslag vennootschapsbelasting 2007 opgelegd waarin het aangegeven belastbaar bedrag is verhoogd met de contante waarde van de (uitgestelde) goodwillbetalingen. Die contante waarde is door Partij B berekend op € 4.576.935 [
de rechtbank begrijpt dat dit € 4.146.784 moet zijn]. De vraag of en in hoeverre deze goodwillcorrectie terecht is zal na de bezwaarprocedure eventueel worden voorgelegd aan de belastingrechter;
Geschil
4.Beoordeling van het geschil
€ 250.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 500.000-
€ 250.000-
€ 39.438
5.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbare winst van € 1.521.873;
- vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 318 vergoedt, en
- veroordeelt verweerder tot het betalen van immateriële schadevergoeding aan eiseres ten bedrage van € 500.