ECLI:NL:RBNHO:2015:2025
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.A. Onderwater
- M.H.L.C. Bijvoet
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffing btw bij invoer na diefstal nikkel uit douane-entrepot
Eiseres, houder van een douane-entrepot type C, werd geconfronteerd met een naheffing van €557.946 aan btw bij invoer na de diefstal van circa 203.593 kg nikkel uit haar opslag. Eiseres stelde primair dat de btw-verleggingsregeling van toepassing was, subsidiair dat de btw in de aangifte van de London Metal Exchange (LME) had moeten worden opgenomen, en meer subsidiair dat de opdrachtgever [C] B.V. als belanghebbende moest worden aangemerkt. Tevens voerde zij aan dat de naheffingsaanslag niet rechtsgeldig was bekendgemaakt omdat deze niet aan haar gemachtigde was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat de verleggingsregeling alleen geldt indien de goederen bestemd zijn voor een ondernemer of lichaam, wat in deze zaak niet kon worden vastgesteld. De naheffing is daarom terecht opgelegd aan eiseres als houder van het douane-entrepot. De argumenten dat LME of [C] B.V. als belanghebbende konden worden aangemerkt, werden verworpen omdat geen bewijs was dat zij eigenaar of bestemmeling waren ten tijde van de onttrekking. Ook de stelling dat de naheffingsaanslag niet rechtsgeldig was bekendgemaakt faalde, aangezien geen verzoek was gedaan om de aanslag aan de gemachtigde te zenden.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffing van btw bij invoer wordt ongegrond verklaard.