5.1.De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval wel sprake is van een spoedeisend belang. De intrekking van de toestemming heeft tot gevolg dat verzoeker geen inkomsten meer krijgt als zelfstandige, door beveiligingsopdrachten aan te nemen via [bedrijf] . Tijdens de zitting heeft verzoeker toegelicht dat hij alleen opdrachten had via [bedrijf] , waarvoor hij de ingetrokken toestemming van de politie-eenheid Midden - Nederland nodig heeft. [bedrijf] heeft de samenwerking beëindigd zolang verzoeker geen toestemming heeft. Verder heeft verzoeker stukken overgelegd van een dwangbevel loonbelasting en schulden bij een creditcard- en leasemaatschappij, waarvoor hij betalingsregeling heeft getroffen, en hij heeft bankafschriften overgelegd waaruit een saldo blijkt van in totaal € 32,- op verzoekers betaal- en spaarrekening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat bij het wegvallen van de voornaamste bron van inkomen van verzoeker en gelet op zijn schulden en saldo op zijn rekeningen, de financiële noodsituatie voldoende aannemelijk is. De voorzieningenrechter neemt daarom in het voordeel van verzoeker aan dat er wel een spoedeisend belang is.
Hoe is het besluit tot stand gekomen?
6. Op 10 juni 2024 is aan verzoeker - op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr - toestemming verleend om beveiligingswerkzaamheden te verrichten bij [bedrijf] .
7. Op 6 mei 2025 is het rijbewijs van verzoeker ingevorderd, omdat hij een snelheidsovertreding van 61 km/u heeft begaan. Verzoeker reed 161 km/u op een weg waar de maximum toegestane snelheid 100 km/u is. Aan verzoeker is een geldboete van €1100,- opgelegd en subsidiair 21 dagen hechtenis en een rijontzegging voor 210 dagen, waarvan 168 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Later, op 25 mei 2025, heeft de politie geconstateerd dat verzoeker een auto bestuurde, terwijl zijn rijbewijs nog was ingevorderd.
8. Verzoeker betwist niet dat hij een snelheidsovertreding heeft begaan en vervolgens een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd.
Welke feiten en omstandigheden zijn na het bestreden besluit bekend geworden?
9. Tijdens de zitting is gebleken dat verzoeker voor het rijden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd inmiddels is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week, met een proeftijd van 2 jaar, en 40 uur taakstraf. Het rijden met een ingevorderd rijbewijs is een misdrijf.
10. Op de Justitiële Documentatie van verzoeker staat een – nog te beoordelen – feit voor huiselijk geweld (ex)partnermishandeling, met een pleegdatum van 12 november 2025. Ook staat er een openstaand feit op verzoeker zijn Justitiële Documentatie voor huiselijk geweld (ex)partnermishandeling met een pleegdatum van 2 maart 2026, waarvoor hij is gedagvaard.
11. De korpschef heeft zich hierover tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de twee verkeersfeiten voldoende grondslag zijn om de toestemming in te trekken en dat bij de beslissing op bezwaar de aanvullende feiten nader zullen worden bekeken. De voorzieningenrechter zal daarom rekening houden met de aanvullende feiten bij de beoordeling of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
Wat is het toetsingskader?
12. Artikel 7, tweede lid, van de Wpbr, bepaalt dat een beveiligingsorganisatie toestemming moet krijgen van de korpschef om een bepaald persoon beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten.