Eiser diende een ingebrekestelling in wegens het uitblijven van een besluit op bezwaar tegen de weigering van een omgevingsvergunning. Het college verklaarde deze ingebrekestelling niet-ontvankelijk en stelde een dwangsombesluit vast. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het college het primaire besluit herroept zonder een nieuw besluit te nemen. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank omdat hij recht meende te hebben op een dwangsom en rente.
De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling geen aanvraag is en dat het college slechts eenmaal een dwangsom kan verbeuren voor maximaal 42 dagen. Het college hoefde daarom geen tweede dwangsombesluit vast te stellen. Daarnaast is volgens vaste rechtspraak geen dwangsom verschuldigd voor het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit of een besluit op bezwaar tegen een dwangsombesluit.
De rechtbank constateert procedurele gebreken, zoals het niet informeren van eiser over het afzien van een hoorzitting en een onjuiste samenstelling van de adviescommissie. Ook is er een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Gezien deze gebreken vernietigt de rechtbank het besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Eiser krijgt het betaalde griffierecht vergoed.