In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Eiseres had een WW-uitkering aangevraagd na het overlijden van haar moeder, voor wie zij als zorgverlener werkte. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet als werknemer werd aangemerkt door het ontbreken van een gezagsverhouding. Eiseres heeft bezwaar gemaakt, maar het UWV verklaarde dit ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld en beoordeeld of het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd. De rechtbank concludeert dat er geen gezagsverhouding was tussen eiseres en haar moeder, omdat er geen aanwijzingen waren dat de moeder instructies kon geven of toezicht kon houden op de zorgverlening. De rechtbank oordeelt dat de zorgovereenkomst niet duidt op een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dat de familieband tussen eiseres en haar moeder de rechtsverhouding in overwegende mate heeft bepaald. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen recht heeft op een WW-uitkering en het griffierecht niet terugkrijgt.