Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Soest
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Uit een rapportage van bevindingen van 15 oktober 2022 van een bezoek van toezichthouders aan de onderneming [bedrijf 1] op dezelfde dag, blijkt dat de heer [A] zichzelf heeft geïdentificeerd als bedrijfsleider of eigenaar van de onderneming. In de rapportage staat: ‘Toen mijn collega [toezichthouder] naar binnen liep hoorde ik mijn collega vragen: "Ik ben op zoek naar de bedrijfsleider, bent u dat" of woorden van gelijke strekking. Ik zag een man op een motor zitten en ik hoorde dat de man, bij ons bekend als dhr. [A] , (hierna te noemen, betrokkene) ons bevestigend antwoordde.’
- De heer [A] heeft zich ook op 19 oktober 2022 geïdentificeerd als bedrijfsleider of eigenaar van de onderneming. In het proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2022 is opgenomen dat een toezichthouder een voertuig in de buurt van [bedrijf 1] verkeerd geparkeerd zag staan, en dat de heer [A] hem benaderde. In het proces-verbaal staat verder het volgende: ‘Ik vroeg aan betrokkene van wie zijn nu al die auto's die nu vijftien meter verderop op de stoep staan? De betrokkene antwoorde "die auto's zijn van mij". Ik zei tegen de betrokkene dat ik had gehoord dat bovengenoemde garage niet meer van hem is. Ik hoorde de betrokkene geïrriteerd zeggen " Het is mijn bedrijf!" Daarna vroeg de betrokkene naar mijn dienstnummer en die heb ik gegeven. Tijdens het uitgeven van deze informatie verklaarde de betrokkene, nogmaals dat het genoemde autobedrijf zijn bedrijf is. De betrokkene zei tegen mijn collega [toezichthouder] (stagiaire)" heb jij goed gehoord het is mijn bedrijf" […]’
- Uit het proces-verbaal van de politie van 16 maart 2023 blijkt dat eiseres is aangetroffen in een voertuig met € 21.000,-. In dit verband heeft de heer [A] ongevraagd verklaard dat dat geld zijn eigendom was en dat hij een autobedrijf had en dat geld de dag erna wilde afstorten.
- Bij een politiecontrole op 4 oktober 2023 heeft de heer [A] aan een verbalisant van politie medegedeeld dat hij een bedrag van € 3.000,- contant in zijn voertuig had liggen. Over de herkomst van het geld heeft de heer [A] op dat moment verklaard dat hij een autobedrijf, genaamd [bedrijf 1] , heeft en dat hij voor sommige auto’s cash geld kreeg. Dit blijkt uit een politiemutatie van 4 oktober 2023.
- Uit een politiemutatie van 13 oktober 2023 volgt dat de betrokken verbalisant een voertuig bij [bedrijf 1] tegenkwam, en dat de heer [A] in het voertuig zat. In de auto werd € 2.000,- geld aangetroffen. Als reden daarvoor gaf de heer [A] aan dat hij mede-eigenaar was van een autobedrijf in [plaats 2] .
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van toezichthouders van de gemeente Soest van 21 februari 2024 volgt dat toezichthouders bij een controle van voertuigen die geparkeerd stonden op de [straat] in Soest hebben gesproken met de heer [A] . Uit het gesprek dat de toezichthouders hebben gevoerd, bleek dat de heer [A] praat als eigenaar van de garage [bedrijf 1] .
- Op de website van [bedrijf 1] , staat het telefoonnummer gemeld, wat hetzelfde telefoonnummer was van de inmiddels opgeheven eenmanszaak van de heer [A] .Verder heeft de burgemeester erop gewezen dat eiseres nooit is aangetroffen bij [bedrijf 1] . Ook is besproken dat meneer [B] nooit is aangetroffen.
.
V: Dus kort verklaart u het volgende:'' U heeft gebruikt gemaakt van een voertuig van uw man. U heeft niet met uw man gesproken voordat u het voertuig meenam. U wist niet dat er in het voertuig een groot geldbedrag lag en dit geld zou vandaag gestort gaan worden. Klopt dat?
- Voor de aanvraag voor de exploitatievergunning is een schijnconstructie voorgehouden waarbij de heer [A] buiten de aanvraag is gehouden teneinde de vergunning te verkrijgen.
- Een ernstig vermoeden dat de heer [A] op 19 februari 2021 verborgen ruimtes heeft ingebouwd in voertuigen die bestemd waren om te worden gebruikt voor drugshandel- en smokkel.
- De veroordeling van de heer [A] van 29 juni 2022 voor de in het garagebedrijf aangetroffen harddrugs op 1 november 2018.
- De veroordeling van de heer [A] van 29 juni 2022 voor de aangetroffen softdrugs (vier blokken hasj) in het pand van [bedrijf 1] op 1 november 2018.
- De op 4 mei 2017 in de onderneming van de heer [A] aangetroffen softdrugs (601,69 gram hennep en 350 gram hasj).
- De herhaaldelijke sanctionering van de heer [A] voor kilometertellerfraude. In de periode van augustus 2015 tot en met november 2018 heeft de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) maar liefst 21 afwijkingen geconstateerd tussen de fysieke en opgegeven kilometerstanden.
voor zover gesproken kan worden van samenwerkings verband”dat nog niet maakt dat feit exploitatie niet overeenkomt met de aanvraag.