Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
28 november 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2022. Eiser bepleit een lagere waarde, namelijk € 790.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 844.000,-.
- [adres 2] , verkocht op 2 januari 2021 voor € 825.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 27 juli 2021 voor € 1.150.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 12 augustus 2021 voor € 821.640,-.
Conclusie en gevolgen
€ 647,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank stelt de proceskosten in beroep vast op
€ 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).