ECLI:NL:RBMNE:2025:4876
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking politietoestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Eiser, werkzaam als beveiliger, kreeg op 9 april 2024 toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Deze toestemming werd op 16 juli 2024 ingetrokken door de commandant van de Koninklijke Marechaussee vanwege een proces-verbaal dat een serieuze verdenking bevatte van het weigeren van een ademanalyse na een verkeersongeval op 9 juni 2024.
Eiser betwist de weigering en stelt dat hij door de situatie in de war was en eerst overleg wilde met een advocaat. De rechtbank oordeelt echter dat de commandant terecht mocht vertrouwen op het proces-verbaal, dat op ambtseed is opgesteld, en dat de verdenking voldoende ernstig is om de betrouwbaarheid van eiser in twijfel te trekken.
De rechtbank weegt ook de belangenafweging waarbij de commandant rekening hield met de onberispelijke staat van dienst van eiser, het eenmalige karakter van de fout en het gemiste inkomen. Desondanks is de intrekking van de toestemming passend en noodzakelijk geacht, gezien de hoge eisen aan beveiligingsmedewerkers en het belang van samenwerking met politie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de intrekking van de politietoestemming blijft staan en eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de politietoestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard.