Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
Overwegingen
75 m² is, net zoals de bovenwoning. De winkel zit onder de bovenwoning, dus de winkel is net zo groot als de bovenwoning.
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarden van € 304.000,- ( [adres 1] ) en
€ 307.000,- ( [adres 2] ).
€ 4.931,-, en € 4.973,- = gemiddeld € 5.613,-). Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde
.De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 330.000,-.
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 318.000,- voor [adres 4] en
€ 259.000,- voor [adres 5] .
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 225.000,-.
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in bezwaar verlaagde waarden van € 269.000 voor [adres 7] en € 249.000,- voor [adres 8] .
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 174.000,-.
€ 7.276.-. De m²-prijzen van de referentiewoningen liggen allemaal aanzienlijk hoger. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.
1 januari 2021. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 361.000,-.
€ 500,- per half jaar.
€ 500,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan de [adres 12] in [plaats 1] en de hoogte van de proceskosten in de bezwaarfase;
- stelt de waarde van [adres 12] in [plaats 1] vast op € 350.000,- en bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats komt van de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van [adres 12] in [plaats 1] en de hoogte van de proceskosten in de bezwaarfase;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 1.000,- schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van € 500,- schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.747,50 aan proceskosten aan eiseres;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht tot een bedrag van € 365,- aan eiseres moet vergoeden.
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2025.