In deze strafzaak over openlijke geweldpleging tegen agenten na een voetbalwedstrijd heeft de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat voor de ontvankelijkheid van een vordering van een benadeelde partij vereist is dat deze zijn volledige naam en geboortedatum kenbaar maakt. De benadeelde partijen hadden hun vorderingen onder een zogenoemd 'T-nummer' ingediend om anonimiteit te waarborgen, maar de rechtbank stelt dat dit niet voldoet aan de wettelijke vereisten.
De rechtbank baseert zich op artikel 51g lid 1 Sv en het door de Minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde voegingsformulier, waarin expliciet wordt voorgeschreven dat naam en geboortedatum noodzakelijk zijn voor beoordeling van de vordering. De verdediging wordt door het ontbreken van deze gegevens in haar belangen geschaad, omdat zij de onderbouwing van de vorderingen niet kan controleren. Het voorstel om de rechter-commissaris in beslotenheid stukken te laten beoordelen, voldoet niet aan de vereisten van hoor en wederhoor.
De rechtbank wijst erop dat anonimiteit voor aangevers niet verplicht is en dat de wetgever ruimte heeft om aanpassingen te maken indien gewenst. Benadeelde partijen krijgen de gelegenheid om binnen zeven werkdagen alsnog hun gegevens te verstrekken. Indien zij dit nalaten, worden hun vorderingen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De procedure wordt geschorst tot een nader te bepalen datum waarop de ontvankelijke vorderingen inhoudelijk zullen worden behandeld, inclusief de mogelijkheid tot bespreking van een schadevergoedingsmaatregel.