Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 maart 2023;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek, tevens akte (voorwaardelijke) wijziging van eis;
- de conclusie van dupliek;
- de rolbeslissing van 26 september 2024;
- de akte uitlaten productie van Dexia.
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
‘(…).
4.14. Dexia voert in de onderhavige zaak in reactie op de door [gedaagde] overgelegde verklaring allereerst aan dat aan de verklaring geen bespreking meer behoeft, omdat uit een tussen partijen eerder gewezen vonnis van 2 december 2015 reeds blijkt dat Eega ten tijde van het aangaan van de overeenkomst bekend was met de overeenkomst. Hieraan wordt voorbijgegaan, nu wat daar ook van zij, Dexia deze stelling pas bij akte uitlaten productie, en derhalve te laat, naar voren heeft gebracht. Daarnaast meent Dexia dat de verklaring uitsluitend berust op de herinneringen van [gedaagde] , zodat sprake is van een partijgetuige en dat geen bewijsmiddelen worden overgelegd die de daarin genoemde standpunten staven. Daarnaast betwist Dexia dat Eega niet in staat zou zijn om betrouwbare herinneringen terug te kunnen halen, zoals door [gedaagde] aangevoerd is, nu uit de door [gedaagde] overgelegde verklaring van de huisarts van Eega enkel blijkt dat Eega lijdt aan een ziekte en niet dat zij daardoor niet in staat zou zijn om betrouwbare herinneringen op te halen. De gevolgen van het ontbreken van een verklaring van Eega dienen volgens Dexia voor rekening van [gedaagde] te blijven.
€ 135,00