Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- dat de moeder van [medeverdachte] vanaf 1995 al groot fan was van mij;
- dat de moeder van [medeverdachte] vanavond omstreeks 21.00 uur euthanasie zou krijgen in verband met kanker;
- dat de moeder van [medeverdachte] een ontmoeting met mij nog op haar bucketlist stond;
- dat [medeverdachte] 1000 euro wilde geven als soort tegemoetkoming voor mijn komst. [2]
verdachte ook binnen. Af en toe liep zij de kamer uit en dan kwam zij later weer binnen. Zij heeft niet één keer geprobeerd de verdachte op andere gedachten te brengen. Ook heeft zij tegen mij gezegd dat ik haar leven kapot gemaakt heb. Daarop werd de verdachte weer heel kwaad. De vriendin van de verdachte is gedurende de mishandelingen grotendeels in dezelfde ruimte geweest. Soms liep zij weg, omdat het leek dat zij het niet aan kon zien. [7]
A: Een keer vijf misschien?
V: Wanneer was de compressor aangezet?
A: Die staat continue aan.
V: Wat maakt dan veel lawaai?
A: Die compressor hoor je bijna niet. De tacker maakt heel veel lawaai. [10]
307283 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) moet sprake zijn van een verwijtbare aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid. Of hiervan sprake is wordt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad bepaald door de manier waarop dit in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. [13] Onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig handelen op zichzelf is niet voldoende om tot een bewezenverklaring van schuld te kunnen komen. Voor een bewezenverklaring van schuld is verder van belang dat de verdachte moest kunnen voorzien dat bepaald gedrag, bestaande uit handelen of nalaten onvoorzichtig zou zijn en tot bepaalde gevolgen zou kunnen leiden. Als is vastgesteld dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld, dan moet beoordeeld worden of deze aanmerkelijke onvoorzichtigheid verdachte ook verwijtbaar is.
moetenén
kunnenhandelen.
- Verdachte heeft gehoord dat aangever in zijn gezicht werd geslagen door medeverdachte [medeverdachte]
- Verdachte was aanwezig in de woning toen medeverdachte [medeverdachte] met een spijkerpistool op aangever schoot en dat spijkerpistool maakte veel lawaai
- Ze heeft geen hulp ingeschakeld, terwijl ze aangever om hulp heeft horen roepen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
taakstraf van 80 uren;