ECLI:NL:RBMNE:2024:2895
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens ontvangen erfenis
Eiser ontving vanaf januari 2018 bijstand. Na het overlijden van zijn oom in mei 2018 ontving eiser in augustus 2022 een bedrag uit diens nalatenschap. Verweerder besloot daarop de bijstand vanaf augustus 2022 stop te zetten en de bijstand over de periode van mei 2018 tot en met juli 2022 terug te vorderen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de aanspraak op de erfenis pas bij de daadwerkelijke uitkering ontstond, en dat het vermogen van de erflater in Australië bleef tot afwikkeling.
De rechtbank oordeelt dat de aanspraak op het erfdeel ontstaat op het moment van overlijden van de erflater, conform vaste rechtspraak. Het feit dat de afwikkeling lang duurde en het bedrag pas later werd uitgekeerd, doet hieraan niet af. Verweerder mocht de bijstand daarom terugvorderen als nadien verkregen middelen. De rechtbank wijst de overige beroepsgronden af, waaronder het beroep op een vermeende grondslagwijziging in het besluit op bezwaar.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 2 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van bijstand wegens ontvangen erfenis.