ECLI:NL:RBMNE:2022:1805
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op BRP-adres rechtmatig
Eiseres ontving vanaf 1 oktober 2020 studiefinanciering voor uitwonenden, terwijl zij sinds 3 juli 2020 in de BRP stond ingeschreven op het adres van haar oma. Controleurs hebben op 28 mei 2021 een huisbezoek afgelegd op dat adres en vastgesteld dat eiseres daar niet daadwerkelijk woonde. Op basis hiervan heeft verweerder de studiefinanciering herzien en het te veel ontvangen bedrag van €1.749,77 teruggevorderd.
Eiseres stelde dat de controleur die het huisbezoek uitvoerde niet bevoegd was en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de hoofdbewoonster geen toestemming had gegeven voor het binnentreden. De rechtbank oordeelde dat de controleur wel bevoegd was op grond van het aanwijzingsbesluit en dat toestemming van de zus van eiseres, die als bewoner stond ingeschreven, voldoende was. Er was geen sprake van inbreuk op het huisrecht.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende bewijs had geleverd dat eiseres niet op het BRP-adres woonde, mede omdat er geen persoonlijke spullen van haar in de getoonde kamer waren en verklaringen van derden onvoldoende waren om dit te weerleggen. Daarom was de herziening en terugvordering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de studiefinanciering en terugvordering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet op het BRP-adres woonde en het huisbezoek rechtmatig was.