ECLI:NL:RBMNE:2022:1428
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Eiser, werkzaam als beveiliger via een werkgever, meldde zich ziek op 21 oktober 2019 en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 december 2020 omdat eiser meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren. De medische stukken werden niet aan de werkgever verstrekt vanwege het ontbreken van toestemming van eiser. De rechtbank beperkte haar motivering om te voorkomen dat medische gegevens alsnog bekend werden bij de werkgever.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks dat eiser niet lichamelijk werd onderzocht door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die voldoende motiveerde waarom een spreekuurcontact niet noodzakelijk was. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling van de geschiktheid van functies werd als voldoende gemotiveerd en juist beoordeeld.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser over de onzorgvuldigheid van het onderzoek, de juistheid van de medische beoordeling en de geschiktheid van functies. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen omdat het rechtsgevolg van het besluit ongewijzigd bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 1 december 2020.