ECLI:NL:CRVB:2021:72
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van zorgvuldig UWV-onderzoek en juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 44,84%, met als gevolg voortzetting van haar WGA-uitkering tot 19 september 2018 en daarna een loonaanvullingsuitkering.
De rechtbank Limburg had het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende gemotiveerd had waarom haar medische situatie tot verschillende conclusies leidde en dat er onverklaarbare wijzigingen in haar belastbaarheid waren doorgevoerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het UWV-onderzoek zorgvuldig en objectief is uitgevoerd, inclusief het medisch en arbeidskundig onderzoek. De Raad oordeelt dat de wijzigingen in de belastbaarheid voldoende zijn gemotiveerd, mede door het ontbreken van aanwijzingen voor psychopathologie en het juist opnemen van beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De Raad bevestigt dat de geselecteerde voorbeeldfuncties de belastbaarheid van appellante niet overschrijden en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit wordt bevestigd.