ECLI:NL:RBMNE:2021:4890
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde boodschappen van kinderen
Eiseres ontvangt sinds 2001 een bijstandsuitkering en werd onderzocht door de gemeente Utrecht na meldingen over haar woonsituatie en vermeende druggerelateerde activiteiten. Uit bankafschriften bleek dat zij weinig aan levensonderhoud uitgaf. Tijdens een gesprek en huisbezoek verklaarde eiseres dat haar kinderen wekelijks boodschappen voor haar doen en betalen.
De gemeente herzag de uitkering en verlaagde deze met €160 per maand, en legde een bestuurlijke boete van €272 op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was, zij geen inlichtingenplicht had voor boodschappen, en dat de gemeente het gelijkheidsbeginsel schond.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat boodschappen, hoewel geen middelen in de zin van de Participatiewet, wel van belang zijn voor de vaststelling van het recht op bijstand. Eiseres had de ontvangst van boodschappen moeten melden omdat zij substantieel en structureel waren. De afstemming van de uitkering was terecht en de boete terecht opgelegd wegens normale verwijtbaarheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening van haar bijstandsuitkering, terugvordering en bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard.