ECLI:NL:CRVB:2010:BM4267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en toeslag bijstand wegens gedeelde kosten met inwoning asielzoekersgezin
Appellante ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en bood onderdak aan een illegaal verblijvend asielzoekersgezin. Het College stelde een toeslag vast van 10% vanwege het gedeelde voordeel van huishoudelijke artikelen en voedselpakketten die het gezin ontving. Na onderzoek en bezwaar verklaarde het College de toeslag deels gegrond en herzag het eerdere besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht van de Nibud-normen mocht uitgaan om het voordeel van het gedeelde gebruik van goederen en voedsel te waarderen. Appellante had onvoldoende onderbouwd dat zij door extra kosten geen voordeel had.
De Raad bevestigde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door de woon- en leefsituatie niet correct op te geven, waardoor het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.