ECLI:NL:RBMNE:2021:4700
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding bij aanvraag bijstandsuitkering
Eiseres heeft een bijstandsuitkering aangevraagd, welke door verweerder is afgewezen op grond van het bestaan van een gezamenlijke huishouding met de heer [A]. Eiseres betwist dit en stelt dat zij slechts tijdelijk in de woning verblijft en geen hoofdverblijf heeft, geen relatie onderhoudt met [A], en geen wederzijdse zorg bestaat.
De rechtbank stelt vast dat eiseres en [A] sinds 10 februari 2021 beiden ingeschreven staan op hetzelfde adres, waar eiseres slaapt en eet, zonder andere woon- of verblijfplaats. De woning betreft een studio zonder eigen afsluitbaar deel. Ook al is er geen affectieve relatie, dit is niet relevant voor het vaststellen van een gezamenlijke huishouding.
Verder is vastgesteld dat er wel sprake is van wederzijdse zorg: eiseres doet boodschappen, ruimt op en wast voor [A], terwijl hij haar financieel ondersteunt. Eiseres heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar financiële situatie en heeft geen bankafschriften overgelegd die nodig zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een gezamenlijke huishouding en verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank wijst verweerder tevens aan om eiseres te ondersteunen bij haar schulden en het verkrijgen van inkomen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van een gezamenlijke huishouding.