ECLI:NL:RBMNE:2021:3375
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar parkeerbelasting wegens onbevoegdheid en onterecht niet-ontvankelijk
Op 9 september 2018 legde de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het overschrijden van de parkeertijd. Eiseres diende bezwaar in, dat op 10 januari 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van bezwaargronden. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat de uitspraak op bezwaar niet door de bevoegde persoon was genomen, omdat het mandaatbesluit het afdoen van bezwaar niet aan de directeur van ParkeerService had gemandateerd. Wel was de bekrachtiging van de uitspraak op bezwaar door een later aangewezen heffingsambtenaar bevoegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de herstelverzuimbrief niet op het juiste correspondentieadres had gestuurd, waardoor eiseres niet de gelegenheid had gekregen haar bezwaargronden aan te vullen. Dit maakte de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar verweerder voor een nieuwe beslissing, waarbij een nieuwe hersteltermijn moet worden geboden.
Daarnaast kreeg eiseres een proceskostenvergoeding van € 748,- en werd het griffierecht van € 47,- vergoed. De rechtbank kende ook een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, die ruim 9 maanden bedroeg. De Staat werd als derde-belanghebbende betrokken, maar de rechtbank zag geen aanleiding tot heropening van het onderzoek.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens onbevoegdheid en onterecht niet-ontvankelijk, wijst het beroep toe, en beveelt een nieuwe beslissing met vergoeding van proceskosten, griffierecht en immateriële schadevergoeding.