Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2021 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Inleiding
Overwegingen
i) kan worden beoogd dat (met ingang van de datum waarop dat besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)),
ii) kan worden beoogd een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Wet Amber) of,
iii) kan worden verzocht om herziening voor de toekomst (duuraanspraak).
- de uitslag van een intelligentietest voor onderwijsniveau van 23 maart 2007,
- het verslag loopbaanoriëntatie praktijkschool [praktijkschool] van 22 april 2009,
- een uitschrijfverklaring van deze praktijkschool,
Eiseres heeft de volgende stukken meegenomen naar het spreekuur bij de verzekeringsarts op 7 oktober 2019:
- een verslag van een psycho-diagnostisch onderzoek van 14 augustus 2013 van [A],
- een brief van 17 september 2019 waarmee een intakegesprek met een GGZ psychiater en sociaal psychiatrisch verpleegkundige wordt bevestigd.
De verzekeringsarts heeft informatie bij de huisarts opgevraagd en deze informatie is ook ontvangen.
Tegenstrijdigheden, onzorgvuldigheden en onbegrijpelijkheden in de rapportages kunnen aannemelijk gemaakt worden door niet medisch geschoolden. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is evenwel in beginsel een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop iemand zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, geen toereikende grondslag vormt voor het aannemen van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Beslissing
mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 april en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.