Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
[verweerder] , verweerder
Procesverloop
19 mei 2020. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Mevrouw [A] , werkzaam als HR-adviseur bij RVO, heeft ook aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
18 mei 2020 en ook ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij zijn verzoek om schadevergoeding – wat betreft de gemiste pensioenopbouw – niet langer handhaaft. Verder heeft verweerder ter zitting toegezegd dat de griffiekosten en de verletkosten, waartoe de rechtbank verweerder bij uitspraak van 2 september 2019 veroordeeld heeft, binnen twee of drie weken aan verzoeker zullen worden vergoed.
a) het inkomen/salaris dat hij in de periode in geding minder heeft verdiend dan wanneer hij bij verweerder in dienst zou zijn gebleven;
mr. K. Hillebrandt en de zitting bij de rechtbank op 13 mei 2020;
Ad c: gemiste opleiding en training
Ad d: immateriële schade
Beslissing
mr. M.N. Noorman leden,in aanwezigheid van mr. L.Y. Wong, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 29 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.