Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VERWEER EX ARTIKEL 359A VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING
naastde reeds ingezette middelen, was – zoals is verwoord op pagina 2948 van het ‘proces-verbaal aanvraag bevel opnemen vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel’ dat op dat moment nog onvoldoende zicht was verkregen op de criminele activiteiten van verdachte en zijn eventuele mededaders. Uit resultaten van het onderzoek tot dan toe bleek dat verdachte er kennelijk rekening mee hield, en/of op de hoogte was onderwerp van onderzoek te zijn. Immers, er werden onder meer versluierde gesprekken gevoerd over mogelijke vuurwapenhandel, er werd gebruik gemaakt van communicatieprogramma Viber en er werden gesprekken gevoerd op de openbare weg en in openbare gelegenheden. Daarmee is eveneens voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 2 maart 2017, genummerd 1703020805.2eVH [verdachte] , opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een bekennende verklaring van verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, doorgenummerde pagina 390;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 7 december 2016, genummerd 1612071557.AMB, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende het relaas van de verbalisant, doorgenummerde pagina’s 1994 tot en met 1997;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Sporenonderzoek van 17 februari 2017, genummerd PL0900-2016368708-72, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende het relaas van de verbalisant, pagina’s 253 tot en met 255 van het in het onderzoek 09VIOOL opgemaakte FO-dossier;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2017, genummerd PL0900-2016368708-75, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende het relaas van de verbalisant, pagina’s 256 tot en met 261 van het in het onderzoek 09VIOOL opgemaakte FO-dossier.
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) bun [verdachte] 8130
‘Ik’) en verdachte (
‘ [verdachte] ’) en [medeverdachte 2] (
‘ [medeverdachte 2] ’) houdt onder meer het volgende in:
[verdachte] : Dat is toch vreemd? Kijk, en het lullige van het verhaal is, nou heb ik van de week, dees, aankomende week komen er nog drie grepen uit Oostenrijk, maar dat is godverdomme ook die [medeverdachte 5] zijn naam, maar op het adres van iemand anders die ik goed ken.
(…)
[medeverdachte 2] : Je had beter effe mij kunnen bellen man, ik had nog wel een paar adressen gehad hoor
(…)
: Ja jij zegt tegen mij heb je nog een adres, ik stuurde hem meteen door. Kijk, zo heb ik er nog wel drie. [74]
[verdachte] : Zoals ik al heb gezegd: Van die veertien die ik er heb opgestuurd heb ik er nu maar vier stuks. Ja, dus wat ik bedoel te zeggen? Als ie vrouw het maandag ophaalt, heb ik er zes. Maar dan nog heb ik er minder dan de helft. [136]
[medeverdachte 1] : achttienduizend
en andereessentiële onderdelen van vuurwapens heeft doen binnenkomen vanuit Oostenrijk en Amerika. Zij heeft de tenlastelegging derhalve verbeterd gelezen.
essentiële onderdelen van wapens van categorie IIIten laste te leggen. Zij heeft de tenlastelegging derhalve verbeterd gelezen.
6.BEWEZENVERKLARING
en andereessentiële onderdelen van vuurwapens heeft doen binnenkomen vanuit Oostenrijk en Amerika
essentiëlewapen
onderdelenvan categorie III en het overdragen van wapens en munitie van de categorieën II en III;
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 47, 55, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht;
- 14, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie;
- 2 en 10 van de Opiumwet;