ECLI:NL:HR:2013:BZ2191
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rechtmatigheid doorzoeking op basis van anonieme CIE-informatie bij overtreding Wet wapens en munitie
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de politie op basis van anonieme informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) gerechtigd was de woning van verdachte te doorzoeken wegens vermoedelijke aanwezigheid van wapens en munitie. De verdachte voerde aan dat de informatie onvoldoende concreet en specifiek was en dat de woning onrechtmatig was doorzocht, waardoor bewijsuitsluiting en vrijspraak zouden moeten volgen.
Het hof oordeelde dat de CIE-melding, ondanks het ontbreken van een oordeel over de betrouwbaarheid van de informant, voldoende concreet en specifiek was om het vermoeden te dragen dat wapens aanwezig waren. De politie had bovendien de woning gerechtvaardigd betreden en doorzocht nadat een schriftelijke machtiging was verkregen. Het hof verwierp het verweer tot bewijsuitsluiting.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat verdenking van overtreding van de Wet wapens en munitie ook kan worden aangenomen op basis van anonieme CIE-informatie. Het feit dat geen betrouwbaarheidsbeoordeling kon worden gegeven, staat niet in de weg aan het vermoeden dat aan de opsporingsbevoegdheid ten grondslag ligt. Het beroep van verdachte werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de doorzoeking op basis van anonieme CIE-informatie rechtmatig was en verwerpt het cassatieberoep.