Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) volgt dat het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit 1 zich van rechtswege ook richt tegen het bestreden besluit 2. Niet is gebleken dat eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van bestreden besluit 1. De rechtbank zal daarom het beroep voor zover het hiertegen is gericht, niet-ontvankelijk verklaren.
doormedewerkers van eiseres. In geschil is of het afleveren van vloeibare brandstoffen aan de vaartuigen plaatsvindt
onder direct toezichtvan deskundig personeel van eiseres en of dit personeel direct kan ingrijpen bij incidenten.
Niet in geschil is dat de medewerkers van eiseres vanuit het havenkantoor geen direct zicht hebben op het tanken. Verweerder heeft in het verweerschrift en ter zitting toegelicht dat via het cameratoezicht door middel van twee beeldschermen in het havenkantoor geen zicht is op de gehele steiger waaraan getankt wordt en dat met deze vorm van cameratoezicht niet alle incidenten, zoals vervuiling in het water, zijn waar te nemen. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het cameratoezicht reeds daarom niet gelijkgesteld kan worden met direct toezicht. Daarnaast is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het zicht op het tanken door middel van een cameramonitor bij een afstand van circa 55 meter tussen het tankstation en het havenkantoor, onvoldoende is om direct te kunnen ingrijpen bij calamiteiten. De rechtbank weegt daarbij mee dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat tijdens zijn controlebezoeken door de receptiemedewerker van eiseres is meegedeeld dat er op het tanken geen actief toezicht wordt gehouden. Eiseres heeft dat niet weersproken.