Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
31 oktober 2014 is al eerder bij besluit van 31 oktober 2014 ingetrokken, omdat eiseres de inlichtingenplicht heeft geschonden door geen melding te maken van de omstandigheid dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [C] . Het daartegen gemaakte bezwaar en bij deze rechtbank ingestelde beroep (met zaaknummer UTR 15/1201) is ongegrond verklaard. Tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 juli 2015 is geen hoger beroep aangetekend.
1 januari 2013. Van dringende redenen om af te zien van terugvordering is volgens verweerder niet gebleken.
De rechtbank is gelet op al het voorgaande van oordeel dat in de situatie van eiseres sprake is van een incidenteel geval waarin iets uitzonderlijks aan de hand is. Wanneer alle relevante omstandigheden van eiseres worden afgewogen, kan in dit geval de conclusie niet anders zijn dan dat de terugvordering bij eiseres leidt tot onaanvaardbare sociale gevolgen, omdat het functioneren van eiseres vanwege de steeds aanwezige trigger niet zal stabiliseren en het de behandeling van eiseres en haar mogelijkheid om zelfstandig een bestaan op te bouwen in de weg zal staan. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid niet tot de conclusie kunnen komen dat er geen dringende redenen bij eiseres zijn om niet van gehele terugvordering af te zien.
1 november 2018) niet tot invordering over zal gaan en uitstel van betaling verleent, onvoldoende om te concluderen dat hiermee de druk die de terugvordering voor eiseres oplevert, weggaat dan wel vermindert.
€ 495,- en een wegingsfactor 1). Ter zitting heeft eiseres verzocht om vergoeding van de reiskosten van [B] (deskundige) ad € 6,80 voor het bijwonen van de zitting. De rechtbank bepaalt op grond van artikel 1, onder b van het Besluit proceskosten bestuursrecht dat verweerder de reiskosten van [B] vergoedt.De overige kosten die eiseres voor de diensten van [B] heeft gemaakt zijn niet ingevuld op het formulier proceskosten en niet onderbouwd en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking. Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
S. Bissumbhar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.