Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2017
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Minister van Defensie, verweerder
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Minister van Defensie, verweerder
de Staat der Nederlanden (Minister van Veiligheid en Justitie).
Procesverloop
25 juni 2015 is aangevuld.
Overwegingen
- samengevat - geoordeeld dat weliswaar sprake is van onderscheid naar leeftijd als bedoeld in de Wgbla, maar dat sprake is van objectieve rechtvaardiging voor dat onderscheid, zodat het onderscheid niet in strijd is met de Wgbla. De CRvB acht het gehanteerde middel (het handhaven van de 65-jarige leeftijd voor de beëindiging van het wachtgeld, in combinatie met de hierboven genoemde maatregelen) niet kennelijk ongeschikt om de legitieme doelstellingen (het beschermen van alleen diegenen die beschikbaar zijn voor arbeid en onvoldoende inkomensvoorzieningen hebben, alsmede een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen) te bereiken en concludeert dat het middel, bezien naar het resultaat ervan, geen excessieve inbreuk maakt op de gerechtvaardigde aanspraak en niet verder gaat dan noodzakelijk is om de nagestreefde doelstellingen te bereiken.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 330,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 500,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 247,50.
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
12 oktober 2017.