Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2016 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge artikel 69, tweede lid, van de PW wordt het bedrag van de uitkering volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels berekend aan de hand van het voor ieder jaar bij begrotingswet vast te stellen totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 69, tweede lid, van de PW bepaalt dat bij de vaststelling van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in het eerste lid, het uitgangspunt is dat dit bedrag toereikend is voor de voor dat jaar geraamde kosten, bedoeld in dat lid, van alle gemeenten.
In artikel 69, derde lid, van de PW is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor de verdeling van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, onder de gemeenten en het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor het vaststellen van deze verdeling.
In het derde lid is neergelegd dat jaarlijks bij ministeriële regeling:
a. voor alle huishoudenskenmerken en omgevingskenmerken, zoals opgenomen in tabel 1 van de bijlage bij dit besluit, de gewichten worden vastgesteld;
b. voor alle te onderscheiden corop-gebieden, bedoeld in tabel 1 van de bijlage van dit besluit, de gewichten worden vastgesteld; en
c. voor de kenmerken, zoals opgenomen in tabel 2, en de omgevingskenmerken, zoals opgenomen in tabel 1 van de bijlage bij dit besluit, de peiljaren en peildata worden vastgesteld.
In het tweede lid van artikel 6 van Pro het Besluit PW is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld voor de artikelen 2 tot en met 5, en het objectief verdeelmodel, dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, ter voorkoming van onvoorziene en ongewenste verdeeleffecten.
Eiseres voert verder aan dat het nieuwe verdeelmodel verdeelstoornissen en evidente en fundamentele fouten bevat, waardoor het budget te laag is vastgesteld. In opdracht van eiseres heeft onderzoeksbureau [onderzoeksbureau A] een tweetal onderzoeken uitgevoerd, waaruit blijkt dat het model geen rekening houdt met bepaalde objectieve factoren waarop gemeenten geen invloed uit kunnen oefenen. Deze factoren hebben echter wel een forse invloed op het aantal uitkeringen. Verwezen wordt naar de rapporten van [onderzoeksbureau A] ‘Verdeelstoornissen in het SCP-verdeelmodel’ van januari 2015 en ‘Beoordeling (verbeterd) WWB-verdeelmodel SCP’ van 26 augustus 2015, waarin is ingegaan op de specifieke situatie van eiseres. Eiseres verwijst verder naar een advies van de Raad voor de financiële verhoudingen (de Raad) van 16 juli 2015, waarin ook de Raad twee significante onvolkomenheden in het model signaleert.
Het bestreden besluit is verder in strijd met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), nu de onvolkomenheden in het model ook bij verweerder bekend waren voor het nemen van het bestreden besluit. In het kader van de volledige heroverweging hadden deze onvolkomenheden aanleiding moeten geven het primaire besluit te heroverwegen en de uitkering voor het jaar 2015 aan te passen. Tot slot is het bestreden besluit in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheids- en het proportionaliteitsvereiste, het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het uitgangspunt van voorzienbaarheid en het motiveringsbeginsel.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;