5.10.[eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende:
“1996
(Mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] hadden een bestaande adviesrelatie met de tussenpersoon [de tussenpersoon] . (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] hadden namelijk reeds diverse verzekeringen lopen via de tussenpersoon, waaronder een autoverzekering en een inboedelverzekering. Vervolgens is vanuit die bestaande adviesrelatie een afspraak gemaakte voor een huisbezoek om de financiële situatie van (mede)contractant door te nemen met een financieel adviseur van [de tussenpersoon] en de mogelijkheden van vermogensopbouw te onderzoeken. Vervolgens is [adviseur 1] , financieel adviseur van [de tussenpersoon] (hierna te noemen als: “adviseur 1”) langs geweest bij (mede)contractant. Tijdens het gesprek was [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] eveneens aanwezig.
Alvorens het gesprek was adviseur 1 op de hoogte van de gehele financiële situatie van (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] . Tijdens het eerste gesprek heeft adviseur 1 geïnformeerd naar de wensen en nader geïnformeerd naar de financiële situatie van (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] . Zo kwam ter sprake dat (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] eigen ondernemers waren. Samen exploiteerden zij een installatiebedrijf waarmee zij onder andere sanitaire voorzieningen installeerden, onderhielden en repareerden. Daarnaast is met adviseur 1 gesproken over de wens van (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] om vermogen op te bouwen om het pensioen aan te vullen, nu zij als eigen ondernemers zelf in hun pensioen moesten voorzien. (Mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] gaven aan dat zij reeds een bedrag hadden gespaard voor hun pensioen. Adviseur 1 gaf vervolgens aan dat hij een geschikt product kon adviseren om de doelstelling van (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] te kunnen verwezenlijken.
Adviseur 1 adviseerde (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] om vijf Accelerator Effect overeenkomsten van Bank Labouchere af te sluiten met ieder een vooruitbetaling van NLG 4.000 per overeenkomst. Omdat hiervoor met adviseur 1 was gesproken adviseerde adviseur 1 (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] om een deel van het spaargeld aan te wenden voor het doen van de vooruitbetalingen. Adviseur 1 gaf aan dat (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] met het overige deel van het spaargeld konden blijven sparen via de gewone spaarrekening.
Volgens adviseur 1 zouden (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] op deze wijze aanzienlijk vermogen opbouwen, waardoor (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] hun pensioen konden aanvullen.
(Mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] hadden geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwden daarom volledig op de deskundigheid van adviseur 1 en zijn advies. Om deze reden hebben (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] het advies van adviseur 1 opgevolgd. Conform het advies van adviseur 1 hebben (mede)contractant en [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] vijf Accelerator Effect overeenkomsten afgesloten met ieder een vooruitbetaling van NLG 4.000,- per overeenkomst.
De aanvraag voor de vijf Accelerator Effect overeenkomsten is door adviseur 1 in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomsten zijn op een later moment ondertekend. Adviseur 1 heeft er vervolgens zorg voor gedragen dat de getekende overeenkomsten terechtkwamen bij Bank Labouchere. (…)
1999
In 1999 heeft adviseur 1 [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant wederom benaderd met de vraag of zij interesse hadden om te worden voorzien van nader advies. [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant antwoordden hierop bevestigend. Vervolgens is opnieuw een afspraak gemaakt voor een huisbezoek.
Alvorens het gesprek was adviseur 1 reeds op de hoogte van de gehele financiële situatie van [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant. Tijdens het eerste gesprek heeft adviseur 1 wederom geïnformeerd naar de wensen. Tevens heeft adviseur 1 opnieuw nader geïnformeerd naar de financiële situatie van [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant en gevraagd naar hoe de zaken liepen. [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant gaven wederom aan als wens te hebben om vermogen op te bouwen voor het pensioen, aangezien zij een eigen installatiebedrijf exploiteerden en derhalve zelf hun pensioen moesten verzorgen. Eveneens is met adviseur 1 gesproken over het inkomen van [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant. Ook kwamen de reeds eerder afgesloten Accelerator Effect overeenkomsten aan de orde, waarbij adviseur 1 kenbaar maakte dat deze op winst stonden. Adviseur 1 adviseerde [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant vervolgens om nog een effectenleaseovereenkomst af te sluiten om er zeker van te zijn dat zij hun doelstelling zouden bereiken.
Adviseur 1 adviseerde [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant om een Profit Effect overeenkomsten van Bank Labouchere af te sluiten met een maandbetaling van NLG 300,- per maand. De hoogte van de maandbetaling is vastgesteld en geadviseerd door adviseur 1 aan de hand van het inkomen van [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant. Op deze manier zouden [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en contractant nog meer vermogen opbouwen ten behoeve van hun doelstelling.
[eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant hadden nog steeds geen ervaring met of kennis van complexe financiële producten en vertrouwden daarom volledig op de deskundigheid van adviseur 1 en zijn advies. Om deze reden hebben [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant het advies van adviseur 1 opgevolgd. Conform het advies van adviseur 1 hebben [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant een Profit Effect overeenkomst afgesloten met maandbetalingen van NLG 297,96 per maand.
De aanvraag voor de Profit Effect overeenkomst is door adviseur 1 in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend. Adviseur 1 heeft er vervolgens zorg voor gedragen dat de getekende overeenkomsten terechtkwamen bij Bank Labouchere.
2001
In 2001 zijn [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant via kennissen in contact gekomen met de tussenpersoon Financieel [de tussenpersonen] . Tijdens een bezoek – aan het kantoor van de tussenpersoon – werden [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant door de adviseur van Financieel [de tussenpersonen] , te weten [adviseur 2] (hierna te noemen als: “adviseur 2”), gewezen op een mooi spaarproduct waarmee zij aanzienlijk vermogen konden opbouwen. Adviseur 2 gaf vervolgens aan of [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant geïnteresseerd waren om op dat moment geadviseerd te worden over hun financiën en de mogelijkheden van vermogensopbouw met een mooi spaarproduct. Hiermee stemden [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant in.
Tijdens het gesprek heeft adviseur 2 geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant. Zo is met adviseur 2 gesproken over het gegeven dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant ondernemers waren en een installatiebedrijf runden. Ook kwam ter sprake dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant reeds eerder vijf Accelerator Effect overeenkomsten en één Profit Effect overeenkomst hadden afgesloten via [de tussenpersoon] . Ook werd gesproken over het gegeven dat de looptijd van de vijf Accelerator Effect overeenkomsten tot een einde was gekomen en dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant daaraan een spaarbedrag hadden overgehouden. Daarnaast is gesproken over de wens van [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant om vermogen op te bouwen teneinde het pensioen aan te vullen. Adviseur 2 gaf aan dat hij nog een geschikt product kon adviseren om ervoor te zorgen dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant groot vermogen zou opbouwen voor hun doelstelling.
Adviseur 2 adviseerde [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant om een Security Effect overeenkomst van Bank Labouchere af te sluiten met een vooruitbetaling van LNG 24.000,-. Omdat hiervoor was gesproken over het spaargeld adviseerde adviseur 2 [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant om het spaargeld aan te wenden voor het doen van de vooruitbetaling. Volgens adviseur 2 zouden [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant op deze wijze nog meer vermogen zouden opbouwen om hun doelstelling te verwezenlijken.
(…)Conform het advies van adviseur 2 hebben [eiseres in conventie in de hoofdzaak en verzoekster in het incident] en (mede)contractant een Security Effect overeenkomst afgesloten met een vooruitbetaling van NLG 24.104,18.
(…).”