ECLI:NL:RBLIM:2025:4325
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens bedrijfsbeëindiging deels onrechtmatig verklaard
De rechtbank Limburg behandelde het beroep van twee eisers tegen het UWV, dat hun aanvraag voor compensatie van betaalde transitievergoedingen had afgewezen. De eisers hadden hun bedrijven beëindigd wegens pensionering en betaalden transitievergoedingen aan ex-werknemers. Het UWV weigerde compensatie omdat niet vooraf toestemming was gevraagd voor ontslag wegens bedrijfsbeëindiging, zoals vereist in artikel 2 van Pro het Besluit compensatie transitievergoeding.
De rechtbank oordeelde dat artikel 2 van Pro het Besluit deze compensatie onterecht beperkt tot gevallen waarin het UWV of een rechter vooraf toestemming heeft gegeven voor ontslag. Dit is strijdig met het evenredigheidsbeginsel en beperkt de wettelijke compensatiemogelijkheid onredelijk. De rechtbank verklaarde dit deel van artikel 2 onverbindend Pro en vernietigde de bestreden besluiten.
De rechtbank bepaalde dat het UWV nieuwe besluiten moet nemen waarbij het ook andere bewijsstukken kan beoordelen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan de eisers vergoed. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een ruimere interpretatie van compensatie bij bedrijfsbeëindiging, ook zonder voorafgaande toetsing door het UWV of rechter.
Uitkomst: Het UWV moet nieuwe besluiten nemen en de compensatieaanvragen opnieuw beoordelen zonder de onredelijke beperking van voorafgaande toestemming.