ECLI:NL:RBLIM:2023:2173
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deels toewijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige beëindiging ZW-uitkering en nabetaling WIA-uitkering
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmatige beëindiging van zijn Ziektewetuitkering (ZW) door het UWV en de daaropvolgende nabetaling en verrekening van een WIA-uitkering. Na bezwaar, beroep en hoger beroep is het UWV teruggekomen op het besluit de ZW-uitkering te beëindigen en heeft het de uitkering met terugwerkende kracht voortgezet. Verzoeker stelde dat hij hierdoor fiscale schade en misgelopen toeslagen had geleden.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en verzoeker de gelegenheid gegeven een fiscaal deskundigenadvies in te brengen, waarop het UWV deels de schade erkende. De rechtbank oordeelde dat het UWV aansprakelijk is voor de onrechtmatige besluitvorming en dat er causaal verband is met de schade. De belasting- en toeslagenschade werd vastgesteld op €8.400,-, waarvan het UWV een groot deel erkende.
Daarnaast claimde verzoeker immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank nuanceerde de jurisprudentie en stelde vast dat de redelijke termijn met ruim een jaar was overschreden, wat resulteerde in een vergoeding van €1.500,-. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten en griffierecht werden aan verzoeker toegekend, met een totaal van €4.950,07. Het verzoek tot volledige vergoeding van deskundigenkosten boven het maximumtarief werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van een schadevergoeding van €8.900,16 en de proceskosten, en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €8.900,16 en proceskosten van €4.950,07 wegens onrechtmatige beëindiging van de ZW-uitkering en nabetaling van de WIA-uitkering.