ECLI:NL:RBLIM:2022:6892
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WIA- en TW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 2017 een WIA-uitkering met toeslag op grond van de TW. In mei 2018 sprak hij met het Uwv over zijn voornemen om als zelfstandige te gaan werken, waarna hij zich inschreef bij de Kamer van Koophandel. Hij meldde dit echter niet spontaan aan het Uwv, noch zijn inkomsten uit zelfstandige arbeid over 2018 en 2019.
Het Uwv herzag daarop de uitkering over de periode mei 2018 tot en met december 2019 en vorderde het ten onrechte ontvangen bedrag van €33.127,84 terug. Tevens legde het Uwv een boete op van €1.106,67 wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Eiser voerde aan dat hij niet wist dat hij tijdig moest melden en dat hij financiële problemen heeft, maar deze argumenten werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden, dat het Uwv terecht heeft herzien en teruggevorderd, en dat de boete terecht is opgelegd. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet aannemelijk gemaakt. De proceskosten van €759 werden ten laste van het Uwv gebracht. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, terugvordering en boete is ongegrond verklaard.