Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 maart 2022 in de zaak tussen
Stichting Spring Kinderopvang, te Boxmeer, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres heeft zich in haar beroepschrift op het standpunt gesteld dat de waarde van de onroerende zaak € 161.000,- bedraagt. Zij heeft hiertoe verwezen naar een op 13 oktober 2020 opgemaakt taxatierapport van [naam taxateur 1] en [naam taxateur 4] van Phydias B.V. Het standpunt van eiseres is op basis van dit taxatierapport gebaseerd op de volgende uitgangspunten.
€ 65.219,- en 917 m² x € 23,- = € 21.082,-).
€ 91.000,-. De taxateurs hebben aansluiting gezocht bij de door verweerder in zijn taxatieverslag gehanteerde correctie.
[naam taxateur 3] . Dit taxatierapport is gebaseerd op de volgende uitgangspunten.
De waarde van de opstal wordt gesteld op de kosten die herbouw van een vervangend identiek object zou vergen, gecorrigeerd met een factor wegens technische veroudering en een factor wegens functionele veroudering. De correctie wegens technische veroudering wordt gebaseerd op de verstreken en de resterende gebruiksduur met inachtneming van de restwaarde. De correctie wegens functionele veroudering wordt gebaseerd op economische veroudering, verouderde bouwwijze, ondoelmatigheid en excessieve gebruikskosten.
Eiseres stelt dat ten onrechte is uitgegaan van een levensduurverlenging, omdat er geen sprake is van renovatie of ander actief ingrijpen.
- hardhouten kozijnen met enkel en dubbele beglazing;
- voldoende speelgelegenheid op eigen terrein en in de nabije omgeving;
- object maakt onderdeel uit van een groter geheel ( [adres 1] en [adres 2] );
- de staat van onderhoud is voldoende, buiten schilderwerk van de buitenspouwbladen en kozijnen vertonen plaatselijk verweringsverschijnselen, maar in het algemeen in een goede conditie.
4.11 (…) Het voortdurende gebruik van de onroerende zaak door belanghebbende in dezelfde functie sluit niet uit dat de restwaarde van de onroerende zaak wordt bereikt, maar kan ook aanleiding vormen om bij het bepalen van de technische afschrijving en/of restwaarde af te wijken van de uitgangspunten in de Taxatiewijzer. De heffingsambtenaar dient dan wel aannemelijk te maken dat een afwijking gerechtvaardigd is. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar daar niet in is geslaagd. De technische levensduur van de kantine met volgnummer 4 is voor de ruwbouw verlengd van 40 naar 45 jaar, voor de afbouw van 25 naar 40 jaar en voor de installaties van 17 naar 40 jaar. De door de heffingsambtenaar genoemde aanpassingen (zie 4.10) acht het hof van onvoldoende gewicht voor de verlenging van de technische levensduur die de heffingsambtenaar hanteert. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vernieuwing van het keukenblok en de toiletten niet behoort tot het normale onderhoud en een bouwkundige verbetering of vernieuwing vormt.”
Correctie technische veroudering – restwaarde
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2022.