Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 oktober 2019 in de zaak tussen
[naam maatschap] , gevestigd te Beringe, eiseres
Procesverloop
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.H. Spriensma-Heringa.
Rechtbank Limburg
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een aan haar opgelegde bestuurlijke boete wegens overtreding van de Meststoffenwet. Tijdens de procedure heeft verweerder de boete verlaagd en uiteindelijk laten vervallen naar aanleiding van uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
De rechtbank verklaart het beroep tegen het oorspronkelijke en het gewijzigde besluit niet-ontvankelijk, omdat het procesbelang is komen te vervallen door het vervallen van de boete. Daarnaast heeft eiseres een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure.
De rechtbank stelt vast dat de totale procedure 59 maanden duurde, waarvan 43 maanden aan de bestuurlijke fase en 16 maanden aan de rechterlijke fase worden toegerekend. Na verrekening van perioden die in redelijkheid buiten beschouwing blijven, kent de rechtbank eiseres een schadevergoeding toe van €5.000,-, waarvan €3.644,- door verweerder en €1.356,- door de Staat der Nederlanden worden betaald.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in proceskosten van eiseres en wijst zij een deel van de gevorderde deskundigenkosten toe, waarbij een tarief van €126,47 per uur wordt gehanteerd. De rechtbank oordeelt dat de technische inhoud van de zaak rechtvaardigt dat eiseres deskundigenkosten heeft gemaakt.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van Rechtbank Limburg op 1 oktober 2019 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het CBb.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard en eiseres toegekend een schadevergoeding van €5.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.