Uitspraak
9.De rechtbank overweegt als volgt.
14.De rechtbank stelt vast dat de arts [G.], blijkens haar rapport van
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Eiseres diende een herhaalde aanvraag in voor een Wajong-uitkering na eerdere afwijzing in 2015. Zij beriep zich onder meer op de Amber-bepaling van artikel 1a:1, tweede lid, Wajong 2015, die een aanspraak mogelijk maakt indien binnen vijf jaar een duurzame toename van arbeidsongeschiktheid optreedt. Het UWV wees de aanvraag af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en omdat eiseres al volledig arbeidsongeschikt was, waardoor volgens het UWV geen sprake kon zijn van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de Amber-bepaling onjuist interpreteerde; het gaat om het ontstaan van een duurzame situatie zonder arbeidsmogelijkheden binnen vijf jaar, ongeacht eerdere volledige arbeidsongeschiktheid. Desalniettemin concludeerde de rechtbank dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien. De medische rapporten toonden aan dat verbetering mogelijk was en dat de klachten niet duurzaam waren.
Verder werd geoordeeld dat het UWV terecht niet opnieuw over de indicatie banenafspraak had beslist in het primaire besluit, maar dit in het besluit op bezwaar wel had hersteld. De proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het primaire besluit niet was herroepen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard.