Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2018 in de zaken tussen
[naam 1] ,
de Minister van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- herstelkosten ter hoogte van de onder 1 genoemde bedragen, waarvoor weliswaar al een vergoeding is toegekend op grond van de Schaderegeling Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade Limburg waarover echter nog geen zekerheid bestaat omdat die nog niet onherroepelijk was;
- schade in de toekomst omdat met het herstel de oorzaak niet is weggenomen (begroot op dezelfde bedragen als de genoemde herstelkosten);
- kosten voor het (doen) uitvoeren van jaarlijkse controle, begroot op € 5.530,- exclusief BTW voor elke woning;
- waardedaling van de woningen ten bedrage van € 95.000,- respectievelijk
- de herstelkosten inmiddels al zijn vergoed uit het Calamiteitenfonds Mijn(water)schade Limburg en die toekenning onherroepelijk is geworden, zodat deze ingevolge artikel 137, aanhef en onder c, van de Mijnbouwwet niet voor vergoeding in aanmerking komen;
- toekomstige schade en controlekosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat die niet onder het bereik van artikel 137 van Pro de Mijnbouwwet vallen;
- mogelijke waardedaling van de woningen is aan te merken als zuivere vermogensschade en dus niet als zaakschade in de zin van artikel 137 van Pro de Mijnbouwwet.