Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te Nederweert, eiser
de Minister van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiser ontving vanaf 1 oktober 2007 wachtgeld op grond van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (Wbad). Verweerder, de Minister van Defensie, herzag het uitgekeerde wachtgeld over 2007 en 2008 en vorderde een bedrag van €10.716,32 terug wegens onverschuldigde betaling. Eiser maakte bezwaar tegen deze terugvordering, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de terugvordering niet was verjaard omdat eiser pas eind november 2013 de benodigde inkomstengegevens aan verweerder had verstrekt, waarna de verjaringstermijn van vijf jaar pas begon te lopen. Tevens werd geoordeeld dat verweerder terecht aansluiting zocht bij het fiscale winstbegrip bij de berekening van de terugvordering. Eisers betoog dat de terugvordering in strijd is met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en dat hij niet jaarlijks verplicht was inkomsten te melden, werd verworpen.
Verder vond de rechtbank dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de betaalde wegenbelasting zakelijk was en dat het inschakelen van hulp bij fiscale zaken geen reden was om van terugvordering af te zien. Er waren geen onaanvaardbare consequenties voor eiser door de terugvordering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank adviseerde verweerder een acceptabele terugbetalingsregeling te treffen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van te veel ontvangen wachtgeld wordt ongegrond verklaard.