ECLI:NL:CRVB:2004:AR3640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Herziening wachtgeldberekening door carry back verlies uit onderneming afgewezen
De zaak betreft een geschil over de herrekening van wachtgeld aan een voormalig ambtenaar die na beëindiging van zijn dienstverband een eigen bedrijf begon en verlies leed. De Minister van Binnenlandse Zaken had het wachtgeld herrekend op basis van de fiscale winst uit onderneming over 1994-1996, waarbij carry back werd toegepast om verliezen uit 1996 te verrekenen met winsten uit eerdere jaren. De betrokkene verzocht ook herrekening over 1993, waarbij hij stelde dat zijn inkomsten over dat jaar door carry back met het verlies uit 1996 op nihil moesten worden gesteld.
De Raad oordeelde dat het systeem van carry back zoals gehanteerd door de belastingdienst alleen geldt voor winst uit onderneming en niet voor andere inkomsten, zoals werkloosheidsuitkeringen. Artikel 8 van Pro het Rijkswachtgeld-besluit schrijft anticumulatie voor op basis van bruto-wachtgeld en bruto-inkomsten, waarbij het begrip inkomsten niet nader is gedefinieerd maar aansluiting wordt gezocht bij fiscale winstbegrippen voor zelfstandigen. Omdat in 1993 sprake was van een fiscaal verlies, was er geen winst om te verrekenen en was de anticumulatie terecht toegepast.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep gegrond had verklaard en verklaarde het beroep tegen het besluit tot herrekening over 1993 ongegrond. Tevens vernietigde de Raad het besluit dat de herrekening over 1993 afwees, omdat dit besluit op grond van het oordeel over het eerdere besluit kwam te vervallen. Proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herrekening van het wachtgeld over 1993 wordt ongegrond verklaard en het daaropvolgende besluit vernietigd.