ECLI:NL:RBHAA:2012:BY4224
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens ontbreken nieuw feit en kwade trouw bij vrijval oudedagsreserve
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2007 opgelegd aan de erfgename van een overleden ondernemer. De inspecteur legde de aanslag op omdat de oudedagsreserve (FOR) niet was vrijgevallen in de aangifte, terwijl de onderneming was gestaakt door overlijden. De erfgename had de onderneming voortgezet via een vennootschap onder firma.
De rechtbank stelt vast dat de inspecteur geen nieuw feit had om navordering te rechtvaardigen en dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de adviseur of eiseres te kwader trouw waren bij het doen van de aangifte. Hoewel de FOR persoonsgebonden is en bij staking vrij moet vallen, was er onvoldoende bewijs dat de adviseur willens en wetens onjuiste informatie heeft verstrekt of onthouden.
De rechtbank wijst ook het beroep van de inspecteur op schrijf- en tikfoutenjurisprudentie af wegens gebrek aan onderbouwing. Het beroep op de foutenleer wordt eveneens verworpen omdat geen fout in de balans van het voorafgaande jaar is vastgesteld en de primitieve aanslag onherroepelijk is.
De navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente worden vernietigd. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2007 wordt vernietigd wegens ontbreken nieuw feit en onvoldoende bewijs van kwade trouw.