ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3542
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling drugskoerier voor opzettelijke invoer van 700 gram cocaïne ondanks vormverzuim bij lijfsvisitatie
Verdachte werd op 8 februari 2009 te Schiphol aangehouden wegens het opzettelijk invoeren van ongeveer 700 gram cocaïne. Tijdens een lijfsvisitatie werd verdachte gevraagd zijn onderbroek uit te trekken, waarbij twee pakketten cocaïne werden aangetroffen. De lijfsvisitatie vond plaats zonder de vereiste schriftelijke toestemming van een aangewezen ambtenaar, wat een vormverzuim opleverde.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De politierechter oordeelde echter dat het vormverzuim geen ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van verdachte betekende en dat het bewijs daarom niet uitgesloten kon worden. Wel werd het vormverzuim meegenomen als reden voor strafvermindering.
Op basis van de bekennende verklaring, het proces-verbaal en het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut werd bewezen verklaard dat verdachte de cocaïne opzettelijk had ingevoerd. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden werd een gevangenisstraf van vijf maanden opgelegd, lager dan de gevorderde zeven maanden, als compensatie voor het vormverzuim.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van 700 gram cocaïne ondanks vormverzuim bij lijfsvisitatie.